Macératation/
maceratie
F; het weken van de schillen in de most of gistende wijn. Hierdoor komen meer aroma's, kleur en smaak in de wijn. Dit kan gekoeld plaatsvinden. Wanneer het bij witte wijn wordt toegepast heet het: macération pelliculaire
Macération carbonique F; productiemethode om soepele rode wijnen te maken, vooral voor de Beaujolais Primeur 
Macération pelliculaire F; techniek bij het gisten, onder lage temperatuur komt veel fruit uit de schillen
Magnesium Chemisch Mg. Bodembestanddeel. Basevormend; een wijn wordt minder zuur. 
Magnum fles met inhoud van 1,5 liter, wat een dubbele inhoud is. Komt uit het Latijn, van Magnus = groot
Marie-Jeane F; fles met inhoudsmaat van 4,5 liter (Bordeaux)
Meeldauw plantenziekte; echte meeldauw (Oïdium of Uncinula necator) is in 1850 vanuit Noord-Amerika naar Europa gekomen. Sindsdien is geen Europese wijnstok zonder schimmelaantasting mogelijk. Geeft een grauw-wit laagje ('powdery mildew') op de bladeren en druiven,  doet de druiven verschrompelen. Bestrijden met: Bordeause pap, een koper-kalkoplossing. Verwoestte in 1851 50% van de druiven in het Douro gebied Sinds 1878 is de valse meeldauw (plasmopora viticola) veroorzaker van veel verlies in Europa
Melkzuurbacteriën bacteriën die appelzuur wijn omzetten in melkzuur. Dit gebeurd volgens de appel- melkzuurgisting. Dit proces mag geen slechte smaak veroorzaken. Toegestane stammen: Leuconostoc, Lactobacillus en/of Pedococcus
Merlot belangrijk druivenras van franse origine. De wijn heeft een blauwzwarte kleur, is vriendelijk, met een aromatische complexe smaak, geeft volheid. Wordt wereldwijd op vele plaatsen verbouwd en de toepassing is veelal om hardere wijnen te verzachten van bijvoorbeeld cabernet sauvignon. Spraakmakend in Bordeaux (Saint-Émilion, Pomerol)
Méthode champenoise F; ook wel méthode traditionelle. Proces waarmee in de Champagne mousserende wijn wordt gemaakt. Deze term mag ook uitsluitend voor wijn uit de streek Champagne worden gebruikt.
Volgens deze klassieke bereidingsmethode welke ook bij veel andere mousserende wijn gebruikelijk is, laat men de wijn een tweede gisting op de fles ondergaan bij lage temperatuur. Om de gisting op gang te brengen wordt aan de wijn in de fles gist en suiker toegevoegd en wordt de fles met een kroonkurk gesloten. Het koolzuurgas dat bij de gisting ontstaat kan de fles niet uit en zal in de wijn oplossen, vooral omdat de druk in de fles toeneemt. De flessen worden met de kurk naar beneden opgeslagen in een pupitre en af en toe gedraaid, opdat de neerslag met o.a. gistcellen zich naar de kurk begeeft (remuage). Door de kurk en de gistcellen te bevriezen, de ijsprop snel te verwijderen (dégorgement) en de fles aan te vullen met stille wijn en eventueel een dosage ontstaat een heldere mousserende wijn. Tot 1994 was deze naam toegestaan in D; nu: Sekt met Klassische Flaschengärung
Micro-bullage F; kleine luchtbelletjes. Het systeem werd in de Madiran door Patrick Ducourneau ingevoerd. Men injecteert zuurstof in de most tijdens de gisting. Dit heeft tot doel tannine zachter te maken, terwijl in korte tijd toch veel extractie vrijkomt
Microklimaat klein gebied. Kan tientallen vierkante kilometers op een hoogvlakte zijn. Maar ook een beschut dal. Door de lokale weersgesteldheid en ligging heerst er een afwijkend klimaat. De ene kant van de berg heeft een ander klimaat als de andere kant  Anders dan kenmerkend voor de omgeving. Plaatselijke vegetatie, rivieren, bergen, de nabijheid van de kust of de samenstelling van de bodem zijn van invloed op het lokale klimaat
Mis en bouteille au 
domaine/château
F; gebotteld in het wijnhuis. Staat dit niet op een fles, dan is de fles elders gebotteld.
Moederzuursel van de beste druiven wordt een een gistende massa gemaakt. Deze gisten worden gebruikt om de afzonderlijke vaten/tanks aan het gisten te brengen.
Morfologie leer welke de vorm en bouw van de organismen beschrijft. De maten en kleur van de druif, de vorm en maten van het blad, etc; dit geeft een unieke beschrijving van een ras of soort
Most druivensap in het stadium tussen persen en wijn zijn. Bij vervoer: max. 1 vol%
Mostgewicht de dichtheid of soortelijk gewicht uitgedrukt in kg per liter. Hoe meer suiker zich in de druif bevindt hoe hoger het mostgewicht zal zijn
Mousse(rend) 1 - verzamelnaam voor wijn met belletjes
2 - belletjes met koolzuurgas (CO2) in schuimende wijnen. De fles staat onder koolzuurdruk. In 1828 spatte nog 80% van de flessen uiteen door een te hoge druk, begin 19e eeuw was dit gemiddeld 15-20%. Tegenwoordig amper nog
3 - er vormt zich een  mousse (schuim) na inschenken. Hoe kleiner en fijner de belletjes, hoe langer de belletjes blijven, des te beter de wijn. Ook in verband met het effect in de mond: hoe kleiner de bubbels en/of hoe meer in aantal, des te romiger en lekkerder

Muller Thurgau

Muller Thurgau is een kruising tussen de Riesling en Silvaner druif ontdekt door de heer Muller uit Zwitserland. Veel in Duitsland aangeplant en geeft vaak hoge opbrengsten en fruitige muskaatnoot achtige wijnen.
Mutatie/mutant spontane wijziging van erfelijke eigenschappen. Vooral in het druivenras pinot zijn veel mutaties geweest. Veelal zijn de veranderingen nadelig voor het gewas of de wijn die van het fruit wordt gemaakt, soms wordt de gemuteerde plant met verbeterde eigenschappen (h)erkend en zal een nieuwe wijn ontstaan

 

Startpagina